Een korte geschiedenis van de Gezinsbond
De "Bond van Talrijke Huisgezinnen", zoals zijn benaming aanvankelijk luidde, kwam in 1921 tot stand als sociale beweging voor het gezin.
In 1926 werd de afdeling Asse gesticht.
De eerste taak bestond erin de hoogste noden van grote gezinnen te lenigen. Er werd geijverd voor maatregelen die de materiële bestaansvoorwaarden van gezinnen konden verbeteren, vanuit een streven naar gelijkwaardige levensvoorwaarden tussen gezinnen mét, en gezinnen zonder kinderen.
Het is in belangrijke mate aan de actie van de Bond te danken dat de kinderbijslag zijn huidige betekenis kreeg, dat er thans relatief belangrijke studietoelagen worden uitgekeerd, dat er leningen bestaan voor het bouwen of het kopen van een woning, dat de huurder van een woning in zekere mate wordt beschermd, dat er gevoelige belastingverminderingen voor grote gezinnen werden ingevoerd, dat de militaire dienstplicht werd afgeschaft, dat het openbaar vervoer leden van grote gezinnen (met drie of meer kinderen) tegen een lager tarief laat reizen, dat er een gezinsvriendelijke fiscale hervorming kwam ...
In 1960 werd de unitaire Bond, als één der eerste van de grote verenigingen, opgesplitst in een autonome vereniging voor het Nederlandstalige en éénvoor het Franstalige landsgedeelte.
Vormden materiële noden, of de "welvaart" van gezinnen de eerste stimulans, dan stond ook de zorg voor de niet-materiële aspecten van gezinnen, of het "welzijn" van gezinnen van meet af aan in de aandachtssfeer van de Bond: meer aandacht voor de relatie man-vrouw, de relaties ouders-kinderen, de opvoeding van kinderen, de emancipatie van het gezin.
Ook het doelpubliek van de Bond is in de loop der jaren verruimd, in zoverre dat de Gezinsbond vandaag een vereniging is geworden waarin ALLE GEZINNEN zich thuisvoelen: grote gezinnen en jonge gezinnen, grootouders, éénoudergezinnen, nieuw samengestelde gezinnen, enz.